Het verkrijgen van schadevergoeding in een strafzaak

Het strafrecht biedt slachtoffers van strafbare feiten een mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen. Een natuurlijk persoon of rechtspersoon die door het strafbare feit rechtstreeks schade heeft geleden, kan zich als benadeelde partij ‘voegen’ in het strafproces. Zodoende kan op eenvoudige wijze een executoriale titel worden verkregen, zonder dat hiervoor een tijdrovende en kostbare separate civiele procedure dient te worden opgestart.

Onlangs wees de Hoge Raad een overzichtsarrest met betrekking tot deze civiele vorderingen in een strafprocedure. De belangrijkste onderdelen van dit arrest worden hieronder kort besproken.

Eisen aan de vordering

De rechter moet beslissen of de door de benadeelde partij ingediende vordering geen ‘onevenredige belasting van het strafgeding’ oplevert. Als de vordering zeer complex is, wordt de benadeelde naar de burgerlijke rechter verwezen. Dat betekent dat de vordering goed onderbouwd moet zijn, zodat de strafrechter niet zelf nog onderzoek hoeft te doen maar deze in een keer kan toewijzen.

Soort schade

Een schadevergoedingsvordering kan alleen worden toegewezen indien de verdachte is veroordeeld. Daarnaast dient door de benadeelde partij voldoende verband te worden aangetoond tussen het feit waarvoor de verdachte is veroordeeld en de door de benadeelde geleden schade.

De te vergoeden schade kan verschillende vormen hebben, te weten:

  1. 1) Vermogensschade

Deze schadevariant kan zowel verlies als gederfde winst omvatten.

  1. 2) Immateriële schade

Hieronder valt letsel, maar ook de zogeheten ‘shockschade’ (geestelijk letsel ten gevolge van de directe confrontatie met het delict).

  1. 3) Per 1 januari 2019 is er een nieuwe categorie van te vorderen schade in het leven geroepen, waaronder de volgende twee varianten vallen:
    1. a. Affectieschade kan gevorderd worden bij verdriet wegens het sterven of ernstig en blijvend gewond raken van een naaste. Voor de inwerkingtreding van deze mogelijkheid, konden nabestaanden in principe geen aanspraak maken op vergoeding van immateriële schade als gevolg van hun verlies.
    2. b. Verplaatste schade betreft schade die is geleden door een derde ten behoeve van het slachtoffer, in plaats van door het slachtoffer zelf. Hierbij kan worden gedacht aan de doorbetaling van loon door een werkgever aan diens werknemer, die door de gevolgen van een strafbaar feit tijdelijk niet kan werken. Let op: vennoten en leden van een maatschap hebben géén recht op vergoeding van verplaatste schade die zij lijden als gevolg van arbeidsongeschiktheid van een andere maat of vennoot.

In fraudezaken zal de schade doorgaans vermogensschade betreffen. Gedacht kan worden aan het verlies van geïnvesteerde gelden, het doen van grote aankopen onder een verkeerde voorstelling van zaken (waardoor een te hoge prijs wordt betaald) of gederfde bedrijfsinkomsten.

Beoordeling door de rechter

Voor de beoordeling van een vordering benadeelde partij is een aantal zaken van belang:

    • – Op de benadeelde partij rust de plicht om zijn vordering te onderbouwen.
    • – Het is aan de verdediging om deze gemotiveerd te betwisten; als de door de benadeelde gestelde omstandigheden niet door de verdediging worden betwist, worden deze als vaststaande feiten aangenomen en zal de vordering doorgaans worden toegewezen.
    • – De rechter moet een ‘met redenen omklede’ beslissing nemen ten aanzien van de vordering. Hij moet dus altijd een beslissing nemen – toewijzing of afwijzing – en deze motiveren.
    • – Het staat de rechter vrij om de vordering slechts gedeeltelijk toe te wijzen. Dat kan wanneer een deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd of extra moet worden onderzocht, hetgeen een te zware belasting van het strafproces kan opleveren.
    • – De rechter mag, wanneer de hoogte van de geleden schade niet precies vast staat, een schatting maken. Ook kan de rechter de schadevergoeding matigen als hem dit met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt.

Hoe dient een benadeelde partij succesvol een vordering tot schadevergoeding in?

Als u of uw bedrijf zich wil voegen als benadeelde partij in een strafzaak, dient u dit kenbaar te maken aan het Openbaar Ministerie. Als de verdachte wordt vervolgd, stuurt de officier van justitie de benadeelde partij een formulier “Verzoek tot Schadevergoeding” toe met het verzoek dit te retourneren. U kunt zich op elk moment voegen tot aan het begin van de zitting in eerste aanleg. Een benadeelde partij die pas in hoger beroep een verzoek tot schadevergoeding indient, wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Gelet op het voorgaande, is het van belang dat uw vordering zo goed mogelijk is onderbouwd met stukken. Dit geldt ook indien een schatting moet worden gemaakt: deze kunt u onderbouwen met bijvoorbeeld nieuw aangevraagde offertes of een taxatie door een deskundige. Doel is dat de rechter geen extra onderzoek hoeft te verrichten naar de hoogte van de schade. Daarnaast is van belang dat de gevorderde schade binnen één van de schadecategorieën valt, te weten vermogensschade, immateriële schade of affectie- of verplaatste schade. U zult ter zitting worden uitgenodigd; van deze gelegenheid kunt u gebruik maken om de vordering nader toe te lichten.