GRECO: NL anti-corruptie- en integriteitsbeleid voor (hoge) overheidsfunctionarissen moet beter

Afgelopen jaar heeft de Groep Staten tegen Corruptie van de Raad van Europa (GRECO) Nederland geëvalueerd op het gebied van preventie van corruptie en versterking van integriteit bij ministers, staatssecretarissen, Nationale Politie en de Koninklijke Marechaussee (KMar). Haar bevindingen en aanbevelingen heeft GRECO vastgelegd en gepubliceerd in het rapport van 7 december 2018.

GRECO (1999) beoogt een bijdrage te leveren aan de strijd tegen corruptie door toe te zien op de uitvoering van anticorruptie verdragen van de Raad van Europa door de lidstaten. De werkgroep evalueert de nationale wet- en regelgeving van lidstaten en geeft vervolgens aanbevelingen ter bevordering van het voorkomen en bestrijden van corruptie. Momenteel zijn 49 landen lid van GRECO. Voor Nederland betreft dit de vijfde evaluatie sinds zijn deelname in 2001. De belangrijkste aanbevelingen zijn als volgt.

Ministers en Staatssecretarissen

Op dit moment heeft Nederland geen specifiek anti-corruptie en integriteitsbeleid; het overheidssysteem is met name gebaseerd op grondwettelijke beginselen op basis waarvan de overheid en haar functionarissen een hoge mate van politieke verantwoording hebben. Er wordt veel belang gehecht aan vertrouwen, collegialiteit, consensus en eenheid. Tegelijkertijd hebben ministers vele discretionaire bevoegdheden en zijn zij persoonlijk verantwoordelijk voor hun handelen tegenover het parlement. Volgens GRECO is het ontwikkelen van beleid, strategieën en richtlijnen belangrijk in een dergelijk systeem.

Hoewel GRECO constateert dat het aantal corruptiezaken en integriteitschendingen in Nederland beperkt is, beveelt zij de ontwikkeling van een gecoördineerde strategie aan die zich richt op integriteit van ministers en staatssecretarissen. GRECO merkt op dat eerst een risicoanalyse kan worden uitgevoerd om de risico’s in kaart te brengen. Vervolgens kan op basis van de gedetecteerde risico’s een gedragscode worden opgesteld die zich specifiek richt op ethiek en integriteit en waarin onderwerpen aan bod komen zoals contacten met lobbyisten, pre-employment situaties en belangenverstrengeling. Deze gedragscode moet voor het publiek gemakkelijk toegankelijk worden gemaakt. Daarnaast wordt aanbevolen dat naleving van de gedragscode wordt bewerkstelligd door deze te koppelen aan een toezicht- en sanctiemechanisme.

De implementatie van deze  aanbevelingen zal onder meer gestalte kunnen krijgen via aanpassingen van het reeds bestaande Handboek voor bewindspersonen.

Nationale Politie en KMar

GRECO constateert dat er reeds lange tijd een sterke commitment bestaat ten aanzien van integriteit binnen de politie en dat de politie veel vertrouwen vanuit de maatschappij geniet. Niettemin hebben zich binnen de politie ook integriteittsschendingen voorgedaan, zoals het lekken van informatie en verbondenheid met het criminele circuit. Om die reden beveelt GRECO aan het bestaande integriteitsbeleid (gedragscode, beroepscode en themabladen) verder uit te werken en zodoende meer guidance te geven voor specifieke situaties. Daarnaast wordt aanbevolen om personeel van de politie regelmatig te trainen in het maken van de juiste morele keuzes in lastige en risicovolle situaties en hen periodiek en gedurende het gehele dienstverband te screenen. De aanbevelingen zien verder op registratie van geschenken, het nemen van controlemaatregelen ten aanzien van toegang tot vertrouwelijke informatie, onderzoek naar het risico van belangenverstrengeling na uitdiensttreding en het (verplicht) melden van financiële belangen en integriteitsschendingen door politieambtenaren. Laatstgenoemde aanbeveling houdt tevens in het aanpassen van de bescherming van klokkenluiders indien de meldplicht wordt verruimd.

Nederland krijgt 18 maanden de tijd om invulling te geven aan de aanbevelingen van GRECO. De ministers van Buitenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid en Defensie hebben in een brief aan de Tweede Kamer toegezegd dat het kabinet uiterlijk 30 juni 2020 zal rapporteren over de voortgang van de implementatie van de aanbevelingen van GRECO. Aanbevelingen uit eerdere evaluaties heeft Nederland deels overgenomen.

De Nederlandse aanpak van corruptie wordt komend jaar ook door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) beoordeeld en door de Verenigde Naties (VN) geëvalueerd.