Wet Versterking positie curator

In de zomer van 2016 zijn de wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude en de wet civielrechtelijk bestuursverbod in werking getreden. Onlangs is ook de wet versterking positie curator aangenomen. Deze wet treedt per 1 juli 2017 in werking. Deze drie wetten maken onderdeel uit van de zogenaamde fraudepijler van het wetgevingsprogramma tot herijking van het faillissementsrecht – hetgeen de aanpak van faillissementsfraude dient te verstreken.

Het wetsvoorstel versterking positie curator biedt de curator een sterkere informatiepositie. Daarnaast worden regels vastgelegd over hoe de curator met faillissementsfraude dient om te gaan. Dit met als uiteindelijke doel een bijdrage te leveren aan de vergroting van het boedelactief.

Op dit moment rust op de gefailleerde reeds de verplichting om voor de curator, de rechter-commissaris en/of de schuldeiserscommissie te verschijnen als hij daartoe wordt opgeroepen en hen alle inlichtingen te verschaffen (art. 105 Faillissementswet).

Het wetsvoorstel versterking positie curator breidt deze plicht uit door toevoeging van de navolgende punten:

  • Gefailleerde moet de curator ook op eigen initiatief inlichten over feiten en omstandigheden waarvan hij weet of zou moeten weten dat deze belangrijk kunnen zijn voor de curator (art. 105 lid 1 FW nieuw);
  • Gefailleerde moet de curator informeren en beschikking geven over eventuele buitenlandse activa (art. 105 lid 2 FW nieuw);
  • Gefailleerde moet de curator alle medewerking verlenen aan het beheer en de vereffening van de boedel (art. 105a lid 1 FW nieuw);
  • Gefailleerde moet de administratie volledig en ongeschonden aan de curator overdragen en zo nodig alle middelen ter beschikking stellen om de inhoud leesbaar te maken (art. 105a lid 2 FW nieuw);
  • Voor zover de gefailleerde in een gemeenschap van goederen is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, dient de echtgenoot respectievelijk geregistreerd partner ook inlichtingen te geven en/of medewerking te verlenen voor zover het faillissement de gemeenschap betreft (art. 105 lid 3 en 105a lid 3 FW).

In aanvulling hierop bepaalt art. 105b FW (nieuw) dat derden die administratie van gefailleerde onder zich hebben, verplicht zijn deze ongeschonden aan de curator ter beschikking te stellen. Zij kunnen daarbij geen beroep kunnen doen op een retentierecht ter zake van de administratie die door de curator op grond van art. 105b FW is opgevraagd. Dit heeft onder meer tot gevolg dat (bijvoorbeeld) accountants en fiscalisten niet kunnen afzien van het afgeven van de administratie zolang een factuur onbetaald blijft.

Geen categorie