Afscheidsseminar Prof. Taru Spronken: “onze” Advocaat(-Generaal)

Prof. Taru Spronken maakte in 2013 de overstap van strafrechtadvocaat naar Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Ter ere van haar afscheid van de strafrechtadvocatuur werd op 18 december jl. in Maastricht een symposium gehouden op de Rechtenfaculteit van de Universiteit Maastricht. Dit symposium werd georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Strafrecht Advocaten (NVSA), de Universiteit Maastricht en JahaeRaymakers, het kantoor waar Prof. Spronken als laatste werkzaam was voor haar overstap naar de Hoge Raad.

Thema van het symposium was de strafrechtadvocatuur anno 2030. Diverse sprekers gaven hun visie op de toekomst van de strafrechtadvocatuur. Zo sprak mr. J.W. Fokkens, Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden over onder meer de toekomst van het verschoningsrecht en de rol van de advocatuur in de cassatiefase, schetste mr. B.E.P. Myjer, voormalig rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), zijn visie op de toekomst van de Straatsburgse rechtspraak en de verdedigingsrechten en filosofeerde mr. B. Nooitgedacht, voorzitter van de NVSA, over de rol van religie in het strafrecht en het recht op verhoorsbijstand van verdachten.

De tweede helft van het symposium bestond uit een debat met de zaal naar aanleiding van stellingen die werden verdedigd door vier jonge advocaten, waaronder Thom Dieben en Marleen van Beckhoven, die allen mede door Prof. Spronken zijn opgeleid aan de Universiteit Maastricht.

Na afloop van het symposium werd aan Prof. Spronken als verrassing het liber amicorum ‘Advocaat(-Generaal)’ aangeboden waarvan de redactie werd gevormd door Han Jahae, Thom Dieben en Petra van Kampen. In ‘Advocaat(-Generaal)’  komen niet alleen Prof. Spronken’s kenmerken als strafrechtadvocaat naar voren, maar wordt het hele spectrum van haar werk belicht. Diverse bijdragen vanuit de advocatuur, de wetenschap en de rechterlijke macht geven een inkijk in zowel haar professionele als persoonlijke kwaliteiten en voornamelijk de onlosmakelijke verbondenheid tussen beide.