Onderzoek drugscriminaliteit haven Rotterdam: ook relevant voor bedrijfsleven!

Op 28 mei jl. is het rapport “Drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven: aard en aanpak van het fenomeen gepresenteerd van de Erasmus Universiteit Rotterdam (‘EUR’). Opdrachtgever van het EUR-onderzoek is de driehoek-plus (gemeente, openbaar ministerie, politie en douane).

De onderzoekers hebben een diepgaande analyse gemaakt van de drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven. Er is uitvoerig onderzoek verricht naar de structuren, processen en systemen die gebruikt en misbruikt worden door criminele samenwerkingsverbanden die zich richten op drugshandel. Vanuit de door de onderzoekers in kaart gebrachte risico’s en kwetsbaarheden zijn diverse aanbevelingen gedaan ter verbetering van publieke handhaving, toezicht en opsporing.

Jarenlang heeft niet alleen bij private, maar ook bij publieke actoren in de haven een gedoogcultuur geheerst, zo concluderen de onderzoekers. Waargenomen verdachte activiteiten werden niet gemeld en het bedrijfsleven kwam meestal alleen in actie als het direct financieel nadeel leed (zoals ten gevolge ladingdiefstal) wat bij drugssmokkel vaak  niet het geval is.

De onderzoekers zien echter een verschuiving in de cultuur van gedogen naar “het idee van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor een veilige haven.” Die verandering is volgens onderzoekers niet alleen ingegeven uit angst bij private actoren voor reputatieschade en door politieke druk, maar komt ook voort uit het groeiend besef dat criminaliteit medewerkers in gevaar kan brengen.

Tegenwoordig doet het bedrijfsleven in de haven daarom veel aan de bestrijding van (drugs)criminaliteit. Zo hebben de onderzoekers vastgesteld dat geïnvesteerd wordt in onder andere kostbare volgsystemen, biometrische toegangspassen en integriteitstrainingen. Verder wordt de toekenning van certificaten van betrouwbaarheid strenger en is er meer aandacht voor personeelsbeleid.

De onderzoekers zien echter ruimte voor verbetering en doen voor het bedrijfsleven aanbevelingen:

  • Een periodieke en afhankelijk van de functie diepgaandere screening van medewerkers;
  • (Intensivering van) awarenesstrainingen over drugscriminaliteit;
  • (Biometrische) toegangspassen gekoppeld aan werkroosters;
  • Digitale functiescheiding waarmee informatie minder breed toegankelijk is;
  • Het loggen van (digitale) werknemershandelingen;
  • Via trainingen (volgens het train the trainer principe) en met behulp van de inzet van brancheorganisaties en ondernemersverenigingen bewustwording vergroten, en;
  • Terugkoppeling opsporingssuccessen aan melders.

Het is belangrijk dat het bedrijfsleven doet wat het kan in de strijd tegen drugs. Hierin zien we langzamerhand een vorm van (risico-)aansprakelijkheid ontstaan. Ook daarom is het van belang voor het bedrijfsleven passende maatregelen te nemen en deze aanbevelingen ter harte te nemen.