EHRM communiceert zaak over afwijzing door Hoge Raad van verzoek verdediging om prejudiciële vragen

Op 22 september jl. heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) besloten om een tegen Nederland ingediende klacht te communiceren aan de Nederlandse regering. De klacht stelt dat Nederland art. 6 EVRM heeft geschonden, welk artikel onder meer het recht op een eerlijk proces en het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter garandeert. De Hoge Raad had namelijk een verzoek van de verdediging afgewezen om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) over de uitleg van Richtlijn 2002/90/EG van 28 November 2002 van 28 november 2002 tot omschrijving van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf. De Hoge Raad had de afwijzing van dit verzoek in het geheel niet gemotiveerd laat staan dat het was ingegaan op de zogenaamde ‘Cilfit-criteria’. In het Cilfit-arrest heeft het HvJ EU bepaald dat de hoogste nationale rechter verplicht is prejudiciële vragen te stellen over de uitleg van het EU recht tenzij 1) deze uitleg evident irrelevant is voor de zaak; 2) deze uitleg evident is (acte clair); of 3) deze uitleg reeds is gegeven door het HvJ EU (acte éclairé). Volgens vaste rechtspraak van het EHRM leidt het (ongemotiveerd) afwijzen van een verzoek om prejudiciële vragen te stellen zonder dat toepassing wordt geven aan de Cilfit-criteria tot een schending van art. 6 EVRM.

Door de zaak te communiceren wordt de Nederlandse regering door het EHRM in de gelegenheid gesteld te reageren op de klacht. Het EHRM zal na deze schriftelijke uitwisseling van standpunten besluiten of de klacht gegrond is.

De klager in deze zaak wordt bijgestaan door Thom Dieben, advocaat bij JahaeRaymakers, en Gwen Jansen. De communicatiebeslissing van het EHRM [in het Engels] is hier te downloaden.

AG: Hoge Raad moet prejudiciële vragen stellen over recht op advocaat bij politieverhoor

De Hoge Raad moet prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) over de omstreden kwestie of een verdachte aan artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het recht op een advocaat tijdens een politieverhoor kan ontlenen. Dat schrijft Advocaat-Generaal Knigge in een gisteren uitgebracht advies aan de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde in april van 2014 (ECLI:NL:HR:2014:770) dat Nederland (en andere EU-staten) tot 27 november 2016 de tijd hebben om te regelen dat een advocaat aanwezig kan zijn bij politieverhoren. Volgens AG Knigge moet nu aan het HvJ EU worden gevraagd of aan art. 6 EVRM een direct geldend recht op een advocaat tijdens het verhoor kan worden ontleend. AG Knigge volgt daarmee het verzoek van de verdediging in deze zaak. Een conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat te volgen of niet. De Hoge Raad verwacht op 22 december 2015 uitspraak in deze zaak te doen.

Thom Dieben, advocaat bij JahaeRaymakers, en Gwen Jansen treden als advocaten van de verdachte op in deze zaak.

De volledige conclusie van AG Knigge (ECLI:NL:PHR:2015:1996) is gepubliceerd op de website van de Hoge Raad. De door Thom Dieben en Gwen Jansen ingediende cassatieschriftuur kan hier worden gedownload.

Rechtbank Amsterdam wijst verzoek ‘Europees Toezichtsbevel’ toe

De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 september jl. een verzoek toegewezen om de officier van justitie de opdracht te geven een zogenaamd ‘Europees toezichtsbevel’ uit te vaardigen.

Het verzoek was ingediend door Han Jahae en Joost van Bree, beide advocaat bij JahaeRaymakers, die een Nederlandse zakenman bijstaan die door het Openbaar Ministerie wordt verdacht van betrokkenheid bij een beleggingsfraude. De voorlopige hechtenis van deze verdachte was eerder door de Rechtbank Amsterdam onder voorwaarden geschorst. Een van deze voorwaarden was dat de verdachte zich iedere drie maanden diende te melden op het dichtst bij zijn adres gelegen politiebureau. Aangezien de verdachte inmiddels was verhuisd naar Spanje vond de verdediging dat hij zich voortaan bij de Spaanse politie moest kunnen melden. Volgens de verdediging bood een recent door Nederland geïmplementeerd kaderbesluit van de Europese Unie (Kaderbesluit 2009/829/JBZ van 23 oktober 2009 inzake de toepassing, tussen de lidstaten van de Europese Unie, van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis) hier een geschikte rechtsbasis voor. Het OM was het daar niet mee eens. Het OM vond dat een dergelijk verzoek niet gedaan moest worden aan de rechtbank maar aan de officier van justitie. Verder vond het OM dat – mocht de rechtbank daar anders over denken – het verzoek om inhoudelijke redenen moest worden afgewezen.

De Rechtbank Amsterdam verwierp beide bezwaren en wees het verzoek van de verdediging toe (ECLI:NL:RBAMS:2015:6386). De volledige beslissing van de rechtbank is hier te lezen.

Kritisch advies ACS over inzet IMSI-catcher door FIOD

De Adviescommissie Stafrecht (ACS) van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) heeft op 11 september jl. een advies uitgebracht over een concept-besluit voorgesteld door de Minister van Economische Zaken. Het besluit heeft – kort gezegd – als doel om de FIOD de bevoegdheid te geven zelfstandig een zogenaamde IMSI-catcher in te zetten. De Algemene Raad van de NOvA heeft het advies van de ACS overgenomen en ingezonden aan het Ministerie van Economische Zaken.

De ACS heeft het concept-besluit beoordeeld en is van mening dat er verschillende gebreken aan kleven. Samengevat komt het oordeel van de ACS er op neer dat:

  • De noodzaak om de FIOD een zelfstandige bevoegdheid te geven om een IMSI-catcher in te zetten onvoldoende wordt onderbouwd;
  • Het concept-besluit maakt mogelijk dat de FIOD onder omstandigheden zonder toestemming van een officier van justitie gebruik maakt van een IMSI-catcher. Dat staat haaks op de jurisprudentie van de Hoge Raad en de vereisten die voortvloeien uit art. 8 EVRM (recht op privacy). Bovendien leidt dit tot een ongelijke behandeling van de FIOD en, bijvoorbeeld, de Nationale Politie. Aan het concept-Besluit moet om die reden een bepaling worden toegevoegd dat nimmer (noch door de Nationale Politie noch de FIOD) gebruik kan worden gemaakt van een IMSI-catcher zonder voorafgaande toestemming van de officier van justitie;
  • De noodzaak om de directeur van de FIOD als ‘bevoegde autoriteit’ aan te wijzen (art. 1, onderdeel c, onder 4) wordt onvoldoende onderbouwd. Bovendien leidt die aanwijzing er toe dat
    • een aan de inzet van een IMSI-catcher gerelateerde bevoegdheid (te weten verkrijging van het telefoonnummer bij de betreffende telecomaanbieder) wordt weggehaald bij de officier van justitie.
    • de FIOD en, bijvoorbeeld, de Nationale Politie niet gelijk worden behandeld;

De ACS heeft als opdracht om de Algemene Raad van de NOvA gevraagd en ongevraagd te adviseren op het gebied van strafrechtelijke wet- en regelgeving. Han Jahae en Thom Dieben, beide advocaat bij JahaeRaymakers, zijn lid van de ACS.

Klik hier om het hele advies van de ACS te downloaden.

Cursus Procederen in Straatsburg 30/10/2015

Op 30 oktober a.s. zal Thom Dieben voor de Bijzonder Strafrecht Academie een cursus verzorgen over procederen bij het EHRM. Hoe een klacht in Straatsburg moet worden ingediend en hoe de procedure vervolgens verder verloopt is voor veel Nederlandse advocaten onbekend terrein. Daar komt bij dat het EHRM de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor verzoekschriften recentelijk heeft aangescherpt. Als gevolg van die aanscherping is de stuitingsmogelijkheid afgeschaft en wordt een verzoekschrift dat niet aan de formele vereisten voldoet niet meer in behandeling genomen. De cursus is bedoeld voor advocaten die veel gemaakte fouten op dit punt willen voorkomen en graag meer willen weten over de klachtprocedure in Straatsburg.

Aan bod komen onder meer de volgende onderwerpen:

  • Wat te doen alvorens een klacht in te dienen? (o.a. uitputting nationale rechtsmiddelen, tijdslimieten etc.);
  • Het opstellen en indienen van de klacht zelf (o.a. de nieuwe Rule 47 van de Rules of Court van het EHRM als gevolg waarvan sloten met klachten niet-ontvankelijk worden verklaard ivm niet voldaan aan formele vereisten);
  • Het verdere verloop van de klachtprocedure (o.a. repliek Nederlandse regering, dupliek klager, zitting, eventuele verwijzing naar Grote Kamer, welke procedurele vereisten gelden er? Tot wanneer kan de Nederlandse regering (en klager) nog bepaalde argumenten in brengen? etc.);
  • Het verzoek tot schadevergoeding (claim for just satisfaction: wat kan wel en wat kan niet gevraagd worden?);
  • Het treffen van een minnelijke schikking / unilateral declaration Nederlandse regering (waarom wel doen, waarom niet?);
  • De mogelijkheden van gefinancierde rechtsbijstand door het EHRM (toevoeging vs. legal aid door het EHRM ex art. 100 Rules of Court);
  • De uitspraak van het EHRM (de (on)mogelijkheden van beroep; tenuitvoerlegging van de uitspraak; wat te doen bij interpretatieproblemen; eventuele herziening van de uitspraak);
  • De mogelijkheden in Nederland met een succesvolle klacht (herziening etc.);
  • Vervolgmogelijkheden als de klacht is afgewezen (o.a. klacht bij VN Mensenrechtencomité in Genève).

Thom Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers. In die hoedanigheid treedt hij met regelmaat op in zaken bij het EHRM. Daarnaast verzorgt Thom voor de Tekst & Commentaar serie (Strafvordering) mede het commentaar op het EVRM.

Klik hier voor meer informatie over de cursus en het inschrijfformulier.

Artikel: Ontwikkelingen omtrent het (notarieel) verschoningsrecht

In de nieuwe aflevering van het Fiscaal Tijdschrift Vermogen (FTV) (juli/augustus) is een bijdrage gepubliceerd van Jurjan Geertsma getiteld “Ontwikkelingen omtrent het (notarieel) verschoningsrecht.

In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen omtrent het (notarieel) verschoningsrecht in de eerste helft van 2015. Daarbij wordt aandacht besteed aan de Wet verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit, de rechtspraak en de parlementaire discussie over het functioneel verschoningsrecht. Er blijkt onder de noemer van misdaadbestrijding fors op de poort van het verschoningsrecht te worden geramd in de hoop daar de sleutel tot het voorkomen en oplossen van alle criminaliteit aan te treffen.

Jurjan Geertsma is als advocaat-partner verbonden aan JahaeRaymakers. Hij staat regelmatig notarissen bij in straf- en tuchtzaken.

Klik hier om het hele artikel te downloaden.

Nieuwe medewerker: Anne Hof

Met ingang van 15 augustus is Anne Hof als advocaat-medewerker in dienst getreden bij JahaeRaymakers. De afgelopen jaren heeft zij bij de rechtspraak en 3 advocaten veel kennis en ervaring opgedaan in de bijstand aan cliënten in (getuigen) verhoren en bijzondere procedures. Zij gaat bij JahaeRaymakers deel uitmaken van de economische en internationale sanctierechtpraktijk van het kantoor.

Klik hier voor meer informatie over Anne.

29/10/2015 ‘Anti-corruptie en integriteit’ training

Op 29 oktober a.s. zal Jurjan Geertsma als docent optreden in een door Kluwer verzorgde ‘Anti-corruptie en integriteit’ training.

De training richt zich op anti-corruptie en integriteit door middel van dilemma’s die de advocaten, in-house counsels, compliance officers en bedrijfsjuristen, juridisch adviseurs en interne accountants in de praktijk tegen komen en oplossen.  Dit vanuit de ervaring dat algemene theoretische leerstukken omtrent anti-corruptie en integriteit veelal niet het klip en klare antwoord geven voor gerezen vragen en incidenten.

De middag wordt als een praktische training ingestoken, waarbij na een kort theoretisch kader volop ruimte is voor de bespreking van uw ingebrachte leerwensen en discussie van dilemma’s uit de praktijk. De dilemma’s worden in groepjes besproken en gepresenteerd waarop u direct feedback krijgt. Het doel is om u meer gevoel en handvatten te geven die direct toepasbaar zijn in de praktijk.

Klik hier voor meer informatie over de training.

Brief aan Europese Commissie over nalaten stellen prejudiciële vragen door Rechtbank Amsterdam in EAB zaken

Op 30 juli 2015 hebben Thom Dieben en Han Jahae, mede namens zes Amsterdamse collega’s, de Europese Commissie gevraagd onderzoek te doen naar het feit dat de Rechtbank in Amsterdam niet aan haar verplichting lijkt te voldoen om in voorkomende gevallen vragen over de uitleg van EU recht voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg in zaken betreffende het Europees Arrestatiebevel (EAB).

Volgens vaste rechtspraak is de rechtbank bij twijfel over de uitleg van Europees recht verplicht om het Europese Hof van Justitie te adiëren. Slechts als een rechtsvraag al beantwoord is in eerdere uitspraken of als het antwoord op de vraag evident is, kan afgezien worden van het inschakelen van het Hof in Luxemburg. In alle andere gevallen bestaat er een verplichting om het Hof te benaderen (CILFIT-arrest; ECLI: EU:C:1982:335).

De auteurs constateren dat de rechtbank het Hof In Luxemburg echter zelden of nooit benadert in gevallen waar dat wel geïndiceerd is. Aangezien noch de opgeëiste personen, noch hun advocaten het Hof rechtstreeks kunnen benaderen bestaat er de facto een juridisch vacuüm.

Als de Commissie constateert dat de rechtbank inderdaad ten onrechte weigert om vragen aan het Hof van Justitie voor te leggen in gevallen waarin dat wel moet, dan kan zij Nederland in gebreke stellen. Uiteindelijk kan de Commissie het Hof in Luxemburg vragen Nederland te veroordelen wegens het niet nakomen van haar verplichtingen. In dat geval kan naleving afgedwongen worden d.m.v. het opleggen van boetes en/of een dwangsom.

Op 30 juni 2015 waren 27 ingebrekestellingen tegen Nederland aanhangig waarvan drie tegen het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Klik hier voor de brief aan de Europese Commissie.

UPDATE (maart 2016): Inmiddels is van de Europese Commissie een antwoord ontvangen. Klik hier om deze brief te bekijken.

 

 

Boekbespreking ‘De Hoogezandse Brand’

In het Tijdschrift voor de Politie van deze maand wordt het boek ‘De Hoogezandse Brand’ (Boom/Lemma, 2015) besproken. Dit boek gaat uitgebreid in op het opsporingsonderzoek en de veroordeling van de verdachte op de moord van Gonda Smit in 1996. De auteurs komen uiteindelijk tot de conclusie dat het door het Hof Leeuwarden aangenomen scenario op basis waarvan de verdachte werd veroordeeld zeer onwaarschijnlijk is. Mede gesteund door deze bevindingen is recent een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge Raad. Het boek de ‘De Hoogezandse Brand’ is mede geschreven door Karima Marouf. Karima is als secretaresse werkzaam bij JahaeRaymakers. Voordat ze daar in dienst trad voltooide ze de master Forensica, Criminologie en Rechtspleging aan de Universiteit Maastricht.