Hoge Raad casseert in Smartphone-zaak

Op 5 april 2017 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de huidige regelgeving in Nederland voor de doorzoeking van een smartphone niet toereikend is.

Door de advocaten van de verdachte was in cassatie betoogd dat de huidige regelgeving niet voldoet, onder meer omdat voor de doorzoeking van een smartphone geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie is vereist. Het betreft een algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren (op basis van art. 94 Sv). Bij een dergelijk onderzoek wordt echter wel een grote inbreuk gemaakt op de privacy van de verdachte nu er tal van gegevens op een smartphone staan, zoals bijvoorbeeld gesprekken met familie en vrienden, foto’s, etc. Al met al zijn de technische ontwikkelingen zo ver gegaan dat aanvullende rechtsbescherming nodig is. De Hoge Raad onderschrijft dit betoog en casseert het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.

Volgens de Hoge Raad is de huidige regelgeving toereikend indien bij de doorzoeking van de smartphone slechts een beperkte inbreuk wordt gemaakt op de privacy van de verdachte. Dit zal het geval kunnen zijn indien het onderzoek slechts bestaat uit het raadplegen van een gering aantal gegevens. Indien het onderzoek echter zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van de gegevensdrager of het geautomatiseerde werk, dan kan dat onderzoek onrechtmatig zijn. Daarvan zal in het bijzonder sprake kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de smartphone opgeslagen gegevens. De Hoge Raad is het dan ook niet eens met het oordeel van het gerechtshof dat art. 94 Sv een voldoende wettelijke grondslag vormt voor het door een opsporingsambtenaar verrichte onderzoek aan de smartphone van de verdachte.

De verdachte in deze zaak werd bijgestaan door Thom Dieben en Jacqueline Kuijper. Klik hier voor de volledige tekst van het arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:588).

 

 

Geen categorie