Eerste jaar Huis voor Klokkenluiders: “enerverend en energiek”

Op 1 juli 2016 is de Wet Huis voor Klokkenluiders in werking getreden. Deze wet heeft twee kerndoelen: het bieden van rechtsbescherming aan klokkenluiders en het bijdragen aan een oplossing voor (maatschappelijke) misstanden. In maart van dit jaar heeft het Huis voor Klokkenluiders zijn eerste jaarverslag gepubliceerd. Voorzitter Paul Loven beschrijft de afgelopen periode, waarin volgens hem veel verzoeken om advies, onderzoek en informatie zijn gedaan, als “enerverend en energiek”.

Blijkens het jaarverslag hebben in de eerste half jaar dat het Huis bestaat al 532 mensen contact gezocht met de afdeling Advies, hetgeen fors meer is dan de begrootte 400 – 600 mensen per jaar. De afdeling Onderzoek heeft het eerste half jaar 12 verzoeken ontvangen maar vooralsnog zijn geen onderzoeken met een onderzoeksrapport afgerond (en anoniem gepubliceerd). Mogelijke tips & tricks die uit concrete gevallen voortvloeien laten derhalve nog op zich wachten. Het is evenwel een positieve ontwikkeling dat het Huis voor Klokkenluiders kennelijk effectief is en derhalve niet voor niets in het leven is geroepen. Aan de andere kant zou de vraag kunnen worden gesteld waarom zoveel mensen zich tot het Huis wenden, in plaats van bijvoorbeeld (eerst) intern een melding te doen. De wettelijke plicht voor het hebben van een klokkenluidersregeling geldt voor werkgevers bij wie tenminste 50 personen werkzaam zijn. Dit doet niet af aan het belang dat iedere onderneming, groot of klein, kan hebben bij een goed functionerende klokkenluidersregeling. Het jaarverslag laat zien dat behoefte bestaat aan een meldpunt waar werknemers terecht kunnen. Ondernemingen, ongeacht de grootte daarvan, doen er dan ook goed aan om een klokkenluidersregeling te implementeren zodat zoveel mogelijk meldingen intern worden gedaan, waarna een onderneming zelf gepaste maatregelen kan nemen.