Corruptie in de gezondheidszorg in Europa

De Europese Commissie heeft op 7 oktober 2017 de resultaten van haar laatste onderzoek naar corruptie in de gezondheidszorg gepubliceerd. De doelstelling van dit onderzoek was het vergaren van meer kennis over de omvang, aard en impact van corruptie in deze sector. Verder zijn de mogelijkheden van lidstaten om corruptie op dit terrein te voorkomen en bestrijden beoordeeld.
In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen zes typen van corruptie:

  1. Omkoping in de levering van medische diensten;
  2. Corruptie in de aanbesteding;
  3. Onjuiste marketing(relaties);
  4. Misbruik van (machts)positie;
  5. Onverschuldigde vergoeding van kosten;
  6. Verduistering van medicijnen en medische apparatuur.

Voor het bedrijfsleven dat actief is in de gezondheidszorg liggen de voornaamste corruptierisico’s op het vlak van de typologieën onder 2 en 3.  Bij corruptie in de aanbesteding gaat het volgens het onderzoek veelal om op een preferred supplier toegesneden tenders. De derde typologie ziet op ongepaste promotie van farmaceutica en medische apparatuur door de industrie richting zorgverleners (ter beïnvloeding van bijvoorbeeld voorschrijfgedrag).

Uit het onderzoek komt naar voren dat corruptie in de gezondheidszorg in alle lidstaten voorkomt, maar dat de aard en invloed hiervan per lidstaat verschillend is. Zo blijft bijvoorbeeld met name in de Zuidelijk en Oostelijk gelegen lidstaten bestrijding van de eerste typologie een uitdaging. Hoewel een scherp zicht op het financieel nadeel ten gevolge van corruptie in de sector ontbreekt, komt uit cijfers uit 2014 naar voren dat wereldwijd jaarlijks ongeveer EUR 376 miljard verloren gaat aan fraude en corruptie in de gezondheidszorg.

De onderzoekers geven aan dat corruptie niet succesvol kan worden bestreden met een enkele beleidsmaatregel. Wat onder meer nodig is, is een combinatie van generiek anti-corruptiebeleid (door middel van wetgeving en handhaving), de aanpak van fundamentele zwakheden in het gezondheidszorgsysteem (op management en financieel vlak) en specifieke anti-corruptiemaatregelen  in het gezondheidsbeleid.

De onderzoekers doen op basis van hun bevindingen de volgende aanbevelingen.
Op EU-niveau wordt gepleit voor duidelijke en effectief gehandhaafde algemene anti-corruptieregels (zoals neergelegd in de UK Bribery Act en de Amerikaanse FCPA), de introductie van onafhankelijke en effectieve gerechtelijke follow up in corruptiezaken en de implementatie van degelijke en transparante algemene inkoopsystemen.

Op lidstaatniveau luidt een van de aanbevelingen dat de transparantie binnen de gezondheidszorg verbeterd moet worden. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan publicatie van wachtlijsten, maar ook aan een verplichting voor zorgverleners tot het voorschrijven van generieke in plaats van merkmedicijnen. Verder zou de betrokkenheid van de media, maatschappelijke waakhonden en patiëntenorganisaties gestimuleerd moeten worden.

Ten aanzien van Nederland valt op dat de onderzoekers kennelijk tevreden lijken met de stappen die de afgelopen jaren zijn gezet ter bestrijding van corruptie in de gezondheidszorg. De onderzoekers komen slechts met één concrete aanbeveling. Het zou raadzaam zijn als het Ministerie van Volksgezondheid de leiding neemt in de monitoring van corruptie, omdat het toezicht op de gezondheidszorg in Nederland momenteel te gefragmenteerd zou zijn.