Corruptie en witwassen in de sport

Is er een probleem?

In het derde nummer van het tijdschrift Bijzonder Strafrecht & Handhaving (BS&H) verscheen een tweetal artikelen over sport en criminaliteit. De auteurs Steenwijk en Nelen zijn in hun stuk getiteld ‘De aanval is de beste verdediging’ ingegaan op de wijze waarop witwaspraktijken in de professionele voetballerij ingedamd (moeten) worden. In de Trending Topic rubriek van BS&H verscheen ook nog een bijdrage van Vrouwenfelder en Liem onder de titel ‘criminele inmenging in sportverenigingen een probleem?!’. In deze publicatie verkennen de auteurs (kort) de problemen van financieel-economische criminaliteit in de sport aan de hand van echte zaken.

De artikelen passen in de groeiende stroom van aandacht voor het probleem van criminele infiltratie in de sport. Zo werd afgelopen zomer nog een (inventariserend) onderzoek van de universiteit van Tilburg gepresenteerd met als titel ‘ondermijning door “criminele weldoeners”’. Kort gezegd blijkt uit dit onderzoek dat personen van twijfelachtig allooi zich positief (proberen te) profileren door bijvoorbeeld sportverenigingen te sponsoren.

In het eerstgenoemde artikel wordt vrij uitvoerig ingegaan op de vraag welke mogelijkheden bestaan om witwassen (al dan niet via de transfermarkt) te bestrijden. Beschreven wordt eerst hoe via de transfermarkt wordt witgewassen en op welke wijze betrokken actoren hiertegen (beleidsmatig) strijden. Met name op preventie van witwassen in de voetballerij wordt vrij uitvoerig ingegaan, waarbij betrokken partijen (van de betaald voetbalorganisaties, tot toezichthouders en opsporing), instrumenten en beleid de revue passeren.

De auteurs pleiten voor een “brede, integrale aanpak” van het corruptieprobleem in de sport. Nederland zou volgens hen in de strijd tegen deze problematiek het voortouw kunnen nemen door gericht anti-witwasbeleid voor de sector te maken en daadkrachtig tegen misstanden op te treden. Dit standpunt zal ongetwijfeld op een breed draagvlak kunnen rekenen, maar gaat – net als de wetgever gewend is te doen – voorbij aan de eerste en belangrijkste vraag; is er een probleem?

Bijna terloops staat in het artikel dat “[E]en grondig en diepgaand onderzoek – hetzij door een wetenschappelijk onderzoeksinstituut, hetzij door een opsporingseenheid of toezichthouder – naar de mate waarin en de wijze waarop het betaalde voetbal is besmet met crimineel geld, nimmer [is] uitgevoerd”. Voordat nu in de richting van de sport in de reflex wordt geschoten om bij rechttoe rechtaan strafbaar handelen – zoals witwassen – te reageren met nieuwe wet- en regelgeving, zou toch eerst eens vastgesteld moeten worden dat er werkelijk een probleem is.

Pas als vaststaat dat er een witwasprobleem is in de sport, of een influx van criminele inmenging in sportverenigingen, dan komt de vraag op naar of en zo ja hoe deze problematiek het hoofd moet worden geboden. Als gekeken wordt naar de in beide artikelen aangehaalde voorbeelden, dan is glashelder dat de daarin beschreven gedragingen eenvoudig binnen de reikwijdte van de huidige strafbepalingen zijn te brengen.

In een van de witwasvoorbeelden van Steenwijk en Nelen wordt een speler verkocht aan de club van een ‘bevriende’ eigenaar, waarbij de prijs op papier wordt opgedreven om zo de schijn te wekken dat meer betaald is dan in werkelijkheid het geval is, zodat de crimineel geld in eigen club kan steken. Stel nu dat het Openbaar Ministerie dit hard weet te maken, dan is de stap naar het realiseren een veroordeling ter zake van valsheid in geschrift, witwassen en deelname criminele organisatie – om maar eens enkele delicten te noemen – niet ingewikkeld. Vanwaar dus de roep dus om meer anti-witwasbeleid?

Als er al een probleem is, dan ligt het meer voor de hand dit te zoeken in het gebrek aan capaciteit en middelen aan de zijde van opsporing, maar ook aan de kant van vervolging en rechtspraak. Het met de introductie van meer beleid, meer instrumenten en meer wet- en regelgeving de facto ‘uitbesteden’ van opsporing aan private actoren is niet de juiste weg. Het zadelt niet alleen sportverenigingen, maar bijvoorbeeld ook banken, verzekeraars, accountants, notarissen en advocaten op met (nog) meer verwarrende verantwoordelijkheden en administratieve verplichtingen en (financiële) lasten.  Het echte probleem is het niet investeren door de overheid in waardevolle collectieve sectoren.