Overzichtsuitspraak woningsluiting door burgemeester op grond van de Opiumwet: ook betekenis voor bedrijven?

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) heeft op 28 augustus 2019 een overzichtsuitspraak gedaan over het sluiten van woningen door de burgemeester na de vondst van drugs. Met deze uitspraak geeft de RvS meer duidelijkheid over de manier waarop zij besluiten van de burgemeester over het sluiten van woningen toetst. Continue reading “Overzichtsuitspraak woningsluiting door burgemeester op grond van de Opiumwet: ook betekenis voor bedrijven?”

López Ribalda en andere tegen Spanje: Geheime surveillance in supermarkt geen schending recht op privacy

Op 17 oktober van dit jaar heeft Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een eerder oordeel vernietigd in de zaak López Ribalda en anderen tegen Spanje. In die zaak heeft een supermarktmanager heimelijk winkelmedewerkers gefilmd wegens verdenking van diefstal. De medewerkers hebben de diefstal bekend en zijn vervolgens ontslagen. Daarop zijn de medewerkers een arbeidsrechtelijke procedure gestart wegens oneerlijk ontslag. In die procedure stelden de medewerkers zich onder meer op het standpunt dat door het heimelijk filmen hun recht op privacy was geschonden. Continue reading “López Ribalda en andere tegen Spanje: Geheime surveillance in supermarkt geen schending recht op privacy”

Opinie: OM en media

Het Openbaar Ministerie gaf onlangs in de media te kennen terughoudend te communiceren in fraudezaken. Dit standpunt lijkt betrekkelijk geruisloos te zijn overgewaaid. Ten onrechte, want het is pertinent onjuist.

Dagelijks leest en hoort men in allerlei media over fraudezaken. In de krant, op de radio, op het internet, via social media of op de televisie. Het Openbaar Ministerie heeft ook een eigen openbaar toegankelijk relatiemagazine, genaamd Opportuun. Ongeacht welk medium men raadpleegt, van terughoudendheid door het Openbaar Ministerie is geen sprake. Voorbeelden? Voorbeelden te over.

Continue reading “Opinie: OM en media”

Het verkrijgen van schadevergoeding in een strafzaak

Het strafrecht biedt slachtoffers van strafbare feiten een mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen. Een natuurlijk persoon of rechtspersoon die door het strafbare feit rechtstreeks schade heeft geleden, kan zich als benadeelde partij ‘voegen’ in het strafproces. Zodoende kan op eenvoudige wijze een executoriale titel worden verkregen, zonder dat hiervoor een tijdrovende en kostbare separate civiele procedure dient te worden opgestart.

Onlangs wees de Hoge Raad een overzichtsarrest met betrekking tot deze civiele vorderingen in een strafprocedure. De belangrijkste onderdelen van dit arrest worden hieronder kort besproken. Continue reading “Het verkrijgen van schadevergoeding in een strafzaak”

Het beroepsverbod

Op 22 januari 2019 deed de Hoge Raad een belangrijke uitspraak over de mogelijkheden voor de Nederlandse strafrechter om een beroepsverbod op te leggen (ECLI:NL:HR:2019:87).

Sinds jaar en dag is het op grond van art. 28 Sr mogelijk dat de strafrechter als bijkomende straf de ontzetting van het recht een bepaald beroep uit te oefenen uitspreekt. Hiervoor is wel vereist dat de strafbepaling waarvoor een veroordeling wordt uitgesproken expliciet voorziet in de mogelijkheid om deze bijkomende straf op te leggen. Voorbeelden van dergelijke strafbepalingen zijn oplichting (vgl. art. 349 Sr) en witwassen (vgl. art. 420quinquies Sr). Een beroepsverbod als bijkomende straf is dus niet voor alle strafbare feiten mogelijk. Continue reading “Het beroepsverbod”

Europa: verkrijgen van digitaal strafrechtelijk bewijs (e-evidence)

Rechtshandhavingsinstanties zijn nog steeds aangewezen op omslachtige methoden, terwijl criminelen gebruikmaken van snelle en geavanceerde technologie. Wij moeten rechtshandhavingsautoriteiten eigentijdse instrumenten bieden om misdaad te bestrijden, net zoals criminelen eigentijdse instrumenten gebruiken om misdrijven te plegen.” Continue reading “Europa: verkrijgen van digitaal strafrechtelijk bewijs (e-evidence)”

Opzet bij overtreding sanctieregelgeving – op weg naar risicoaansprakelijkheid?

Uit de rechtspraak blijkt dat Hoe moet dit opzet bij overtreding van sanctieregelgeving worden begrepen?

Overtreding van de meeste (internationale) sancties levert naar Nederlands recht een strafbaar feit op. Krachtens de Wet op de economische delicten kwalificeren dergelijke gedragingen als misdrijven als zij opzettelijk zijn gepleegd, of als overtredingen als er geen opzet in het spel was. Het OM is sinds een aantal jaren merkbaar actiever gaan vervolgen voor dit soort strafbare feiten. Daar waar een ondernemer wordt geconfronteerd met een verdenking van het OM en, uiteindelijk, misschien zelfs wel vervolging voor de strafrechter, zal zich bijna altijd de vraag voordoen of hij opzettelijk heeft gehandeld. Ondanks dat opzet dus strikt genomen niet is vereist voor een veroordeling (een niet-opzettelijke normoverschrijding levert een strafbare overtreding op), zal het opzet bijna altijd wel in de tenlastelegging worden opgenomen. Er kunnen immers aanzienlijk hogere straffen worden opgelegd als opzet wordt bewezen. Continue reading “Opzet bij overtreding sanctieregelgeving – op weg naar risicoaansprakelijkheid?”

Herleving handelssancties VS contra Iran – EU roert zich, Iran start rechtszaak Internationaal Gerechtshof. Europese bedrijven zijn speelbal van internationaal getouwtrek en geconfronteerd met tegenstrijdige rechtsplichten

Op 8 mei 2018 heeft de regering-Trump aangekondigd dat het handelssancties tegen Iran gaat herinvoeren (link naar: https://www.treasury.gov/resource-center/sanctions/Programs/Pages/iran.aspx). De Europese Unie verwerpt deze en heeft tegenmaatregelen aangekondigd in de vorm van een “blocking statute”. De gevolgen hiervan worden gevoeld door Europese bedrijven: zij worden nu geconfronteerd met Amerikaanse boetes/straffen als ze de sancties niet naleven, maar óók met Europese boetes/straffen als zij de Amerikaanse sancties wél naleven. Voor bedrijven die handel drijven met Iran, direct of indirect, zijn dit reële en actuele problemen waar geen kant en klare oplossingen voor bestaan. Continue reading “Herleving handelssancties VS contra Iran – EU roert zich, Iran start rechtszaak Internationaal Gerechtshof. Europese bedrijven zijn speelbal van internationaal getouwtrek en geconfronteerd met tegenstrijdige rechtsplichten”

‘Criminele intentie’ vereist voor strafbare voorbereidingshandelingen

In een arrest van 13 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:328) oordeelde de Hoge Raad dat voor een bewezenverklaring van “strafbare voorbereiding” (onder omstandigheden een zelfstandig strafbaar feit) noodzakelijk is dat een verdachte wist dat de onder hem aangetroffen goederen daadwerkelijk bestemd waren voor het plegen van strafbare feiten. Wist hij van die strafbare bestemming, kan hij veroordeeld worden voor strafbare voorbereiding. Wist hij niet van een dergelijke bestemming, of ontbreekt bewijs voor een dergelijke “strafbare bestemming”, moet vrijspraak volgen.

Continue reading “‘Criminele intentie’ vereist voor strafbare voorbereidingshandelingen”