the legal 500 defi

JahaeRaymakers in ‘The Legal 500’!

Met trots delen wij mee dat een jaar na de oprichting JahaeRaymakers en haar oprichters Carel Raymakers, Han Jahae en Jurjan Geertsma zijn opgenomen in ‘The Legal 500′  van 2016 en daarin worden aanbevolen in de categorie ‘fraud and white-collar crime’.

‘The legal 500’ beoordeelt de capaciteiten van juridische dienstverleners in meer dan 100 landen en brengt jaarlijks haar visie op de juridische markt wereldwijd in kaart. De ranking is gericht op kantoren die op innovatieve wijze bijstand verlenen en wordt gebaseerd op eigen onderzoek en feedback van cliënten en collega-advocaten.

klik hier voor meer informatie

jur

Artikel: Het ontzetten uit beroep of ambt – op de weg van de straf- en/of de tuchtrechter?

In de aflevering van het Nederlands Juristenblad (NJB) van december 2015 (43) is een bijdrage gepubliceerd van Jurjan Geertsma en Melissa Slaghekke getiteld “Het ontzetten uit beroep of ambt”.

In deze bijdrage worden de recente ontwikkelingen in de politiek met betrekking tot het strafrechtelijk en het tuchtrechtelijk beroepsverbod besproken. Nader wordt ingegaan op de vraag wanneer het op de weg van de strafrechter of juist de tuchtrechter ligt om een oordeel te geven over mogelijk verwijtbaar handelen van een beroepsbeoefenaar. Er blijkt dat vanuit de politiek wordt benadrukt dat een ontzetting uit beroep of ambt steeds meer als middel kan worden ingezet om te voorkomen dat een persoon in de uitoefening van zijn beroep verwijtbaar handelt. Of de strafrechtelijke en/of tuchtrechtelijke route wordt bewandeld lijkt hieraan ondergeschikt. Dit kan tot onwenselijke resultaten leiden. Een punitiever wordend tuchtrecht en een meer op ‘facilitators’ gericht strafrechtelijk beleid in zwaardere gevallen dwingen tot een gereguleerde afstemming tussen toezichthouder en Openbaar Ministerie over de vraag welke weg bewandeld dient te worden; het strafrecht of het tuchtrecht. Indien de zorgvuldigheid van het handelen van de beroepsbeoefenaar centraal staat, dient het primaat bij het tuchtrecht te liggen.

Jurjan Geertsma is als advocaat-partner verbonden aan JahaeRaymakers. Hij staat regelmatig notarissen bij in straf- en tuchtzaken.

Klik hier om het artikel te downloaden

 

iStock_000021886849_Medium

GEZOCHT: JURIDISCH SECRETARESSE

Functie eisen: • Minimaal HBO werk- en denkniveau • Beschikbaar voor  tenminste 32 uur per week  (di t/m vr) • Uitstekende beheersing van het MS Office pakket • Ervaring met Basenet is een pré • Representatief voorkomen • Assertief en Stressbestendig. Voldoe jij aan bovenstaande eisen, stuur dan vóór 1 april 2016 jouw CV en motivatiebrief naar  info@jahae.nl t.a.v. Han Jahae

ACE_logo

Anti-Corruption in Europe (ACE)

Tegen de achtergrond van de toenemende aandacht voor het tegengaan van corruptie op Europees en internationaal niveau ontstond tijdens de voorjaarsconferentie van de European Criminal Bar Association in 2015 het idee om een speciale anti-corruptie werkgroep op te richten: Anti-Corruption in Europe (ACE). Het doel van deze werkgroep is onder andere het verbeteren van kennis en bewustzijn onder praktiserende juristen van nationale en internationale regelgeving omtrent corruptie, om op die manier zo effectief mogelijk multinationals en individuen te kunnen adviseren en bij te staan. Daarnaast is de werkgroep erop gericht om een Europees netwerk op te bouwen van referenten die ervaring hebben met het behandelen van corruptiezaken. Als lid van de ECBA was Jurjan Geertsma medeoprichter en een van de managers van de Anti-Corruption in Europe werkgroep.

Om inzicht te krijgen in de verschillende nationale wet- en regelgeving op het gebied van anti-corruptie zijn voor een aantal landen reeds verslagen met een overzicht daarvan gemaakt. Deze zijn recentelijk gepubliceerd op de website van de ECBA.

Meer informatie over de achtergrond van de werkgroep en een overzicht van de verslagen van de verschillende landen – inclusief het verslag over Nederland – zijn hier te vinden.

Joyce 30 def LR

Nieuwe medewerker – Joyce Verhaert

Met ingang van 8 februari 2016 is Joyce Verhaert als advocaat in dienst getreden bij JahaeRaymakers. Zij gaat bij JahaeRaymakers deel uitmaken van de economische en internationale sanctierechtpraktijk van het kantoor.

Joyce heeft een grote passie voor het (financieel-economische) sanctierecht. Naast het verlenen van diverse soorten bijstand aan natuurlijke en rechtspersonen in straf- en boetezaken houdt zij zich bezig met het beheer van de door haar opgerichte actualiteitenwebsite BijzonderStrafrecht.nl, het organiseren van cursussen op het gebied van fraude en is zij nauw betrokken bij het Kennisplatform Faillissementsfraude.

Joyce studeerde Nederlands recht met specialisatie strafrecht aan de Universiteit van Tilburg. In 2015 is zij beëdigd als advocaat. Sinds februari 2016 is Joyce verbonden aan JahaeRaymakers. Zij houdt zich bezig met financieel-economisch strafrecht, fiscaal strafrecht en bestuursstrafrecht. Haar aandachtsgebieden zijn onder meer belastingfraude, cassatie, integriteit en omkoping, privacy, milieustrafrecht en overheidsgerelateerde onderzoeken en strafzaken.

Real social media icon, faceless person portrait

Kritisch advies ACS over wetsvoorstel bijzondere getuigen trajecten

De Adviescommissie Stafrecht (ACS) van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) heeft op 25 januari jl. een advies uitgebracht over een concept-wet van de Minister van Veiligheid en Justitie. Het wetsvoorstel voorziet onder meer in wijzigingen met betrekking tot (de bescherming van) bedreigde getuigen en kroongetuigen, een onderdeel van het strafprocesrecht dat actueler is dan ooit. De Algemene Raad van de NOvA heeft het advies van de ACS overgenomen en ingezonden aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

De ACS heeft het wetsvoorstel beoordeeld en is van mening dat er verschillende gebreken aan kleven.

Primair adviseert de ACS daarom tot intrekking van het wetsvoorstel voor zover dat ziet op de – kort gezegd – bijzondere getuigen trajecten (onderdeel C, D, G en H). Deze onderdelen dienen te worden opgenomen in het wetgevingstraject met betrekking tot de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.

Subsidiair adviseert de ACS het wetsvoorstel als volgt aan te passen:

  • Ondanks talrijke rechterlijke uitspraken en de toezegging van de Minister voorziet het wetsvoorstel niet in een rechterlijke toetsing van de getuigenbeschermingsafspraken. Hier dient alsnog in te worden voorzien.
  • Het is onduidelijk welke rechter-commissaris (Amsterdam of Rotterdam) wanneer bevoegd is. De ACS acht het wenselijk dat de Minister nader uiteenzet of en, zo ja, hoe en waarom de relatieve bevoegdheid tussen de rechters-commissarissen van de Rechtbank Amsterdam en de Rechtbank Rotterdam is geregeld.
  • Het wetsvoorstel moet worden aangevuld met een bepaling als gevolg waarvan een (criminele) burgerinfiltrant niet kan worden ingezet dan na voorafgaande machtiging door de rechter-commissaris.
  • In de voorgestelde wijziging van art. 126aa dient expliciet te worden opgenomen dat alleen van zelfs het melden van de inzet van BOB-bevoegdheden kan worden afgezien indien met deze bevoegdheden “geen relevante onderzoeksresultaten” zijn verkregen. Voorts is het toepassingsbereik van deze wijziging veel te ruim geformuleerd en dient deze te worden beperkt.
  • De voorgestelde wijziging van art. 126bb heeft als gevolg dat de inzet van bepaalde BOBbevoegdheden permanent van een notificatieplicht wordt uitgezonderd, ook in situaties waar er inmiddels geen enkel belang meer is om van notificatie af te zien. Mede gelet op de verstrekkende inbreuk op de privacy die de inzet van deze bevoegdheden heeft acht de ACS dat onacceptabel.
  • De in het voorgestelde art. 226l, lid 4 opgenomen bepaling dat geldende wettelijke voorschriften buiten werking blijven voor zover deze in de weg staan aan de medewerking aan getuigenbeschermingsmaatregelen dient te worden geschrapt. Een dergelijke ongeclausuleerde bevoegdheid waarmee de wet categorisch buiten werking wordt gesteld acht de ACS wetssystematisch onmogelijk en los daarvan ongepast en onacceptabel, mede gelet op de consequenties die een dergelijke bepaling heeft voor, bijvoorbeeld, de positie van verschoningsgerechtigden zoals artsen, advocaten, geestelijken en notarissen.

De ACS heeft als opdracht om de Algemene Raad van de NOvA gevraagd en ongevraagd te adviseren op het gebied van strafrechtelijke wet- en regelgeving. Han Jahae en Thom Dieben, beide advocaat bij JahaeRaymakers, zijn lid van de ACS.

Klik hier om het hele advies van de ACS te downloaden.

iStock_000019700993_Medium

Bijdrage cassatieblog VCAS Thom Dieben

Op de website van de Nederlandse Vereniging van Cassatieadvocaten in Strafzaken (VCAS) wordt een blog bijgehouden over recente ontwikkelingen die van belang zijn voor de cassatieadvocaat. Het blog staat onder redactie van een aantal leden en aspirant-leden van de VCAS, te weten Jacqueline Kuijper (die ook de eindredactie verzorgt), Dian Brouwer, Gwen Jansen, Thom Dieben, Simon van der Woude en Sander van ’t Hullenaar.

Op 27 januari jl. verscheen op dit blog een bijdrage van Thom Dieben getiteld “Art. 80a RO: Met recht heeft het (af en toe) niets te maken“. In deze bijdrage gaat Thom in op recente rechtspraak van de Hoge Raad over art. 80a RO. Op grond van dit artikel kan de Hoge Raad een cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaren omdat er klaarblijkelijk onvoldoende belang is óf omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Met name op het gebied van deze eerste categorie (onvoldoende belang) is de rechtspraak van de Hoge Raad volop in beweging. Thom is van mening dat dit enerzijds tot gevolg heeft dat de cassatieadvocaat met (nieuwe) praktische dilemma’s wordt geconfronteerd. Anderzijds is met deze rechtspraak een zorgwekkende lijn ingezet op het gebied van de mensenrechtenbescherming in strafzaken.

Klik hier voor de volledige bijdrage van Thom aan het VCAS cassatieblog.

“Wwft in de praktijk” – 11 februari 2016

Kunt u het risicobeleid en risicoprofielen binnen uw organisatie implementeren en controleren? De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme vraagt van u een actieve en oplettende houding ongeacht of u als zelfstandig professional werkt of als u werkzaam bent binnen een groter samenwerkingsverband.

Op 11 februari 2016 geeft Jurjan Geertsma de cursus “Wwft in de praktijk”. Tijdens deze studiemiddag worden kort de belangrijkste wettelijke verplichtingen opgefrist, worden jurisprudentie en ontwikkelingen ten aanzien van witwassen en typologieën besproken, worden praktische handvatten gegeven voor implementatie en monitoring en is ruimschoots gelegenheid voor vragen en casuïstiek.

In de cursus zal ook de Vierde Anti-Witwasrichtlijn en de gevolgen daarvan voor praktische uitvoering van de WWFT aan de orde worden gesteld. De casuïstische benadering biedt u direct houvast voor uw praktijk. Daarbij wordt u de mogelijkheid geboden om eigen casusposities tevoren in te sturen, die – afhankelijk van het aantal ingezonden casus – tijdens de dag worden behandeld.

Kortom, een praktisch cursus met ruimte voor vragen en discussie. Meer informatie vindt u hier.

dsf

Afscheidsseminar Prof. Taru Spronken: “onze” Advocaat(-Generaal)

Prof. Taru Spronken maakte in 2013 de overstap van strafrechtadvocaat naar Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Ter ere van haar afscheid van de strafrechtadvocatuur werd op 18 december jl. in Maastricht een symposium gehouden op de Rechtenfaculteit van de Universiteit Maastricht. Dit symposium werd georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Strafrecht Advocaten (NVSA), de Universiteit Maastricht en JahaeRaymakers, het kantoor waar Prof. Spronken als laatste werkzaam was voor haar overstap naar de Hoge Raad.

Thema van het symposium was de strafrechtadvocatuur anno 2030. Diverse sprekers gaven hun visie op de toekomst van de strafrechtadvocatuur. Zo sprak mr. J.W. Fokkens, Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden over onder meer de toekomst van het verschoningsrecht en de rol van de advocatuur in de cassatiefase, schetste mr. B.E.P. Myjer, voormalig rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), zijn visie op de toekomst van de Straatsburgse rechtspraak en de verdedigingsrechten en filosofeerde mr. B. Nooitgedacht, voorzitter van de NVSA, over de rol van religie in het strafrecht en het recht op verhoorsbijstand van verdachten.

De tweede helft van het symposium bestond uit een debat met de zaal naar aanleiding van stellingen die werden verdedigd door vier jonge advocaten, waaronder Thom Dieben en Marleen van Beckhoven, die allen mede door Prof. Spronken zijn opgeleid aan de Universiteit Maastricht.

Na afloop van het symposium werd aan Prof. Spronken als verrassing het liber amicorum ‘Advocaat(-Generaal)’ aangeboden waarvan de redactie werd gevormd door Han Jahae, Thom Dieben en Petra van Kampen. In ‘Advocaat(-Generaal)’  komen niet alleen Prof. Spronken’s kenmerken als strafrechtadvocaat naar voren, maar wordt het hele spectrum van haar werk belicht. Diverse bijdragen vanuit de advocatuur, de wetenschap en de rechterlijke macht geven een inkijk in zowel haar professionele als persoonlijke kwaliteiten en voornamelijk de onlosmakelijke verbondenheid tussen beide.

iStock_000002409033_Small

EHRM communiceert zaak tegen Nederland over Bezoek Zonder Toezicht (BZT)

Op 2 november jl. heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) besloten om een tegen Nederland ingediende klacht te communiceren aan de Nederlandse regering.

De klacht stelt dat Nederland art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het familie- en gezinsleven) in verbinding met art. 14 EVRM (verbod op discriminatie) heeft geschonden. De klagers in deze zaak waren in verband met een strafzaak in voorlopige hechtenis genomen. Na enkele maanden verzochten zij om zogenaamd ‘Bezoek Zonder Toezicht’ (BZT) van hun partners. Dat verzoek werd afgewezen omdat voor voorlopiggehechten de mogelijkheid voor BZT niet bestaat. Personen die al definitief veroordeeld waren hadden echter wel recht op BZT. Klagers meenden dat dit onderscheid op verboden discriminatie neerkomt. Zij hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun verzoek om BZT. Dit bezwaar is op 8 augustus 2014 definitief verworpen door de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) (zaken 14/1062/GA en 14/1038/GA). Klagers hebben hun klacht vervolgens voorgelegd aan het EHRM.

Door de zaak te communiceren wordt de Nederlandse regering door het EHRM in de gelegenheid gesteld te reageren op de klacht. Het EHRM zal na deze schriftelijke uitwisseling van standpunten besluiten of de klacht gegrond is.

De klagers in deze zaak worden bijgestaan door Thom Dieben, advocaat bij JahaeRaymakers, en Jacqueline Kuijper. De communicatiebeslissing van het EHRM [in het Engels] is hier te downloaden.